Mobile Menu button
X
delen:

VALKUILEN VAN EEN (HYBRIDE) WARMTEPOMP

Artikel overgenomen uit vakblad GAWALO

Warmtepompen: het is toch even wennen. Voor de installateur, maar vooral ook voor bewoners. Dat leidt tot verwachte en onverwachte problemen. Ook voor bewoners die uit milieuoverwegingen een warmtepomp willen, is 'gedoe' vaak een struikelblok.

Stel: een eengezinswoning is toe aan een nieuwe warmteopwekker.

Tot voor kort was de hr-cv-ketel dan meestal de aangewezen oplossing. Simpel. Versleten ketel en oude toebehoren eruit, nieuwe ketel met nieuwe toebehoren erin, klaar. Geen wijzigingen aan het afgiftesysteem, geen valkuilen. Hooguit even wennen aan een nieuwe thermostaat voor de bewoner. Maar nu is er de keuze uit de hr-ketel, de hybride warmtepomp, de all-electric warmtepomp… en per 2026 is er de verplichting om een duurzame warmteopwekker toe te passen. Ten minste een hybride warmtepomp. Of misschien wel aansluiting op een warmtenet.

Wat wil de bewoner?

De meeste bewoners denken niet zo na over de techniek. Ze willen gewoon warmte en warm tapwater. Makkelijk, snel, zonder gedoe en niet te duur. Of eigenlijk: liefst zo goedkoop mogelijk. Voor bewoners van huurwoningen telt vooral het bedrag dat ze aan huur en stookkosten kwijt zijn. Voor woningeigenaren telt ook het investeringsbedrag zwaar mee. En daarmee de terugverdientijd.

Warmtepomp is duur

De aanschaf en installatie van een lucht-water-warmtepomp is meestal nog wel te overzien. Zeker wanneer je er via de ISDE-regeling nog een forse subsidie op krijgt. Toch vraagt een warmtepomp in vergelijking met een hr-cv-ketel nog altijd een grote aanvangsinvestering.

Wanneer de keuze valt op een warmtepomp met een andere bron dan de buitenlucht, lopen de investeringskosten nog verder op. Niet alleen zijn water-water- of brine-water-warmtepompen over het algemeen een stuk duurder dan lucht-water-warmtepompen, ook de bron komt er nog bij. Een boring, of pvt-panelen maken de “terugverdientijd” langer, al maken ze de warmtepomp over het algemeen efficiënter.

Groot, lomp en kieskeurig

In goed geïsoleerde woningen waar al vloerverwarming ligt, en lage-temperatuurradiatoren op de verdieping, is een warmtepomp meestal relatief makkelijk in te passen. Hoewel het ook daar soms een uitdaging is om een binnenunit, een warmtapwatervoorziening en eventueel een buffervat in de technische ruimte te krijgen. In een hybride opstelling hangt daar dan ook nog de cv-ketel.

Lucht-water-warmtepompen hebben daarnaast meestal een buitenunit. Een monoblock heeft als voordeel, dat er nauwelijks een binnenunit is. De monoblock buitenunit neemt wel buiten meer plaats in. De meeste buitenunits zijn niet echt fraai om naar te kijken. Daar is met wrapping een mouw aan te passen, of eventueel een omkasting. De buitenunit heeft echter ook een goede plek nodig, waar niemand er last van heeft. Niet van het lawaai, maar ook niet van de gekoelde (’s winters) of verwarmde (’s zomers) lucht. Bovendien moet de plek ook geschikt zijn voor het goed functioneren van de buitenunit.

Ingrijpende verbouwing

Bij woningen die niet of nauwelijks zijn geïsoleerd of waar zelfs geen dubbel glas in zit, is een warmtepomp met lage afgiftetemperatuur niet zo’n handige keuze. Daar is het vaak voor een cv-ketel met hoge afgiftetemperatuur al flink aanpoten om ’s winters de boel behaaglijk te houden. Geld uitgeven aan isolatie en HR++ of triple-glas is dan vaak beter besteed, dan aan een warmtepomp. Voor woningisolatie en het vervangen van glas (en eventueel kozijnen) is vaak al een verbouwing noodzakelijk. Dat is een behoorlijke drempel. Zelfs wanneer de bewoners de verbouwing niet zelf hoeven te betalen, moeten ze moeite doen. Spullen aan de kant ruimen, of zelfs tijdelijk elders opslaan. Daar moet een behoorlijke ‘beloning’ tegenover staan, om het aantrekkelijk te maken.

Ook wanneer een woning geen geschikt afgiftesysteem heeft, ontkomt de bewoner niet aan een verbouwing. Het aanleggen van vloerverwarming is vrijwel altijd mogelijk, maar meestal ook ingrijpend. De ruimtes waar vloerverwarming moet komen, moeten leeggeruimd en ontdaan van vloerbedekking. Dat is het soort ‘gedoe’ waar bewoners vaak niet op zitten te wachten. En ook de bestaande leidingen en radiatoren vervangen door leidingen met een grotere diameter en LT-radiatoren gaat meestal niet helemaal zonder hak- en breekwerk.

Andere warmte vraagt ander gedrag

“Ik installeer ze liever niet,” hoorde ik van meer dan één installateur. “Natuurlijk, als de klant er specifiek om vraagt. Maar dan waarschuw ik altijd wel dat het heel anders werkt dan een cv-ketel.” Want is de warmtepomp eenmaal geïnstalleerd, dan komen vaak de klachten. In de praktijk blijkt dat bewoners van een warmtepomp hetzelfde verwachten als van een cv-ketel. Ze verwachten, dat de radiatoren en leidingen met dezelfde snelheid even warm worden als voorheen. De nachttemperatuur zetten ze, zoals ze altijd gewend waren, omlaag naar 15 graden. En dan moet het ’s morgens in hetzelfde tempo als voorheen weer 21 graden zijn. Bewonersgedrag blijkt een belangrijke valkuil.

Is een bewoner al gewend aan lage temperatuur verwarming, dan is de aanpassing minder groot. Dan is nachtverlaging al niet meer zo standaard ingebakken.

Echte overlast of tussen de oren?

Buitenunits wekken vaak irritatie op bij omwonenden, vooral wanneer die zelf geen warmtepomp of airco hebben. Soms zit dat volledig ‘tussen de oren’. Omdat er een buitenunit is, en buitenunits de reputatie hebben ‘lawaai’ te maken, denken mensen soms dat ze geluid horen. Ook het uiterlijk van buitenunits draagt niet bij aan de populariteit.

Toch is het niet ondenkbaar dat een buitenunit na verloop van tijd wel meer lawaai gaat maken, door slijtage, of door het zetten van de ondergrond waar de buitenunit op staat. Bewoners zullen dat zelf misschien niet echt merken. Ze wennen aan het geluid, zeker wanneer het maar langzaamaan toeneemt.

Steile leercurve

Voor zowel bewoners, installateurs als fabrikanten valt nog veel te leren. Bewoners moeten leren, hoe ze om moeten gaan met al die nieuwe techniek. Installateurs en fabrikanten moeten zich bewust worden hoe bewoners denken en met hun verwarming willen omgaan, natuurlijk. Maar voor veel installateurs is het ook een kwestie van ervaring opdoen met het installeren van warmtepompen. En daarbij is juiste en eenduidige ondersteuning vanuit de fabrikanten essentieel.

Een w-installateur klaagde zijn nood: “Dan heb ik een warmtepomp geïnstalleerd, zet ‘m aan: doet hij het niet. Dan bel ik de fabrikant, krijg ik Pietje aan de lijn en die zegt ‘doe dit’. Dat doe ik, werkt het nog niet. Bel ik opnieuw, krijg ik Klaasje aan de lijn. Die zegt ‘Pietje had het mis, doe dát’. Doe ik dat, werkt het nog steeds niet. En bel ik voor de derde keer, krijg ik wéér iemand anders… en als ik geluk heb, weet die het wél.”

Een niet-zo-stil verlangen

Geen wonder dus, dat veel w-installateurs en cv-monteurs hopen op een toekomst met waterstof, heel veel waterstof. Dat de warmtepomp misschien een fase is die voorbijgaat, en de cv-ketel met waterstofgas een comeback maakt. Sorry mannen, voorlopig is er nog lang niet voldoende waterstof, om alle cv-ketels te vervangen door H2-ketels. Maar wie weet, richting 2050… en misschien wel in hybride opstelling, met die vermaledijde warmtepomp.

Conclusie

Misschien nog even wachten, of als de cv-ketel aan vervanging toe is deze nog voor 2026 vervangen zodat er ruim de tijd is om de ontwikkelingen af te wachten.

Duurzaam

Om het milieu zo min mogelijk te belasten rijden wij daar waar mogelijk elektrisch, gebruiken wij zo min mogelijk papier en als deze beschikbaar zijn laten wij u bij een reparatie de keus om een refurbished vervangingsonderdeel te plaatsen.

duurzaam-foto-2.jpg duurzaam-foto-3.jpg




...
qQueries: 2 / Total query time: 0.00017733sec.